Gratis entree
Ventoselaan 1, Eindhoven
27 februari t/m 15 maart
Opening 27 februari 19.00
Elke zaterdag en zondag 14.00 – 19.00
Voor Hala Tawil functioneert het maken van beelden als een manier om een psychologisch toneel te creëren. Zij construeert ruimtelijke composities door ruimtes, interieurs en objecten te modelleren met een uitgesproken theatrale intentie. De centrale speler in haar werk is het gefragmenteerde, naakte vrouwelijke lichaam. Als katalysator van elke scène positioneert het anonieme lichaam zich op ongemakkelijke wijze binnen de compositie: het glipt tussen de ruimtes door en wordt zo een object tussen andere objecten. Tawil maakt bewust gebruik van melodrama als visuele taal, waarbij zij een uitgeklede architectuur inzet die zowel alledaags als geënsceneerd is, en een centrale menselijke figuur die er juist niet naar verlangt om in het middelpunt van de aandacht te staan.
Tawils composities reflecteren op de emotionele afstand die de menselijke ervaring kenmerkt: de voortdurende kloof tussen het zelf en de wereld. Deze tentoonstelling van Hala Tawil, waarin meerdere series samenkomen, volgt de spanning tussen lichaam en zelf en weerspiegelt het inherente gevoel van eenzaamheid in het hedendaagse leven. Deze spanning zet zich voort in de fysieke verschijningsvorm van het werk. Door te spelen met schaal en materiaal van het beeld: op papier, textiel en in mixedmedia-vorm, onderzoekt Tawil hoe beelden veranderen wanneer zij zich verplaatsen tussen lichamelijkheid en object-zijn.
In At arm’s length blijft het ‘zelf’ tegelijk aanwezig en dubbelzinnig, terwijl het lichaam zich beweegt tussen het zijn-onder-objecten en het zelf een object worden.
OVER HALA TAWIL
Hala Tawil, geboren in 1991 in Libanon, is een hedendaagse beeldend kunstenaar die in Nederland woont en werkt.
Haar werk bestaat uit vignetten van interieurruimtes waarin gefragmenteerde vrouwelijke figuren verschijnen. Aan de hand van digitaal gemodelleerde composities en visuele metaforen onderzoekt zij de relatie tussen het zelf, het lichaam en materiële omgevingen, en stelt zij vragen bij het menselijke gevoel van verbondenheid en thuishoren in de fysieke wereld.